Ik hou niet van inclusie (2)

Mijn vorige blog eindig ik met de volgende woorden:

Wat ik wil zeggen: ieder individu zal open moeten staan voor ieder ander individu om in contact te komen, vrij van oordelen. Dán bereik je inclusie. Of eigenlijk, dan is het woord inclusie overbodig. Een Utopia waar ik best in op had willen groeien.

Dat zou ook het goede voorbeeld zijn wat ik aan mijn kinderen zou willen meegeven. Maar tot nu toe komt daar nog weinig van terecht. Werk aan de winkel dus…

Nu een sprong van mij naar de gehandicaptenzorg. Ik lees regelmatig berichten over inclusie. Ik zet me zelf in voor e-inclusie en af en toe geef ik mijn mening over inclusie. Maar ik ben ook een erge voorstander van practice what you preach. En met die gedachte probeerde ik uit te vinden wat inclusie voor mij als individu betekent zodat ik ook echt in praktijk doe wat ik verkondig. (zie ook deel 1) Blijkbaar betekent inclusie voor mij dat ik open zou moeten (willen) staan voor ieder ander individu. Dat zeg ik vanuit  het idee dat ik altijd het gevoel heb gehad er niet bij te horen omdat ik dacht dat mensen me ‘raar’ vonden én vanuit de wetenschap dat ik bij een grove dwarsdoorsnede hoor van de samenleving (schoolpleinmoeders) waarbij ik net zo anders ben als ieder ander.

Mijn conclusie is dat inclusie verankerd zit in ieder individu, maar wordt gepresenteerd als een visie voor groepen in de samenleving.  Ofwel, we praten veel over inclusie als visie voor groepen in de samenleving, maar wie brengt het in de praktijk? Wat vraagt het van ieder van ons als individu om voor te doen hoe inclusie op individueel niveau bereikt kan worden. En Geert illustreert in zijn reactie op mijn eerste blog heel mooi hoe tegenstrijdig het kan zijn:

“In het wereldje van de ‘geitenwollen sokken’ waar ik lang in verkeerde had men dikwijls een uitgesproken mening over mannen in pakken. Die zouden geen diepgang hebben. Ik vond en vind dat te bizar voor woorden, mensen die denken dat ze zo open staan voor anderen en dat dus eigenlijk alleen maar zijn voor hun eigen groep.”

Ik denk dat als we zeggen inclusie belangrijk te vinden we het goede voorbeeld moeten geven aan de mensen om ons heen. En terwijl ik dat hier achter mijn pc zit te vinden, kom ik tot de conclusie dat ik eigenlijk niet van inclusie hou, dat ik me het meest veilig voel in ‘mijn eigen’ groepje. Ik schrik daarvan, maar tegelijk geeft het me een handvat om er echt wat aan te doen. En misschien moeten we het allemaal doen: onderkennen dat we soms niet van inclusie houden, terwijl we wel vinden dat het belangrijk is. Want pas dan kunnen we een keuze maken om het anders te gaan doen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top