Ik hou niet van inclusie

Aan het begrip inclusie kun je op verschillende manieren invulling geven. Vandaag bedacht ik me dat ik van bepaalde vormen van inclusie niet hou.

Vroeger op school was ik een beetje anders dan de rest, mijn kleren waren anders.Waar ik over nadacht, hoe ik speelde, het was net wat anders. Het hinderde me niet echt. Ik hoorde niet ergens bij, maar ik hoorde ook niet nergens bij.

Op de middelbare school tekende zich dat wat meer af. En hoewel ik optrok met alle kinderen uit mijn klas, had ik niet het gevoel dat ik erbij hoorde. Ik was een beetje raar en dat maakte me alleen. Ik wilde niet anders zijn, niet raar gevonden worden, ik wilde ‘erbij’.

Na de middelbare school werd het minder. Ik zocht mensen om me heen die me begrepen, die mijn interesses deelden. Mensen die me leuk vonden om wie ik was. Geen nadruk op mijn ‘anders zijn’, we waren allemaal anders. Geruststellend vond ik dat.

Nog wat later ging ik de vruchten plukken van mijn raarheid. Ik kon het inzetten om mijn werk te doen en daar werd mijn ‘raar-zijn’ ineens ‘interessant’. (wat volgens mij betekent: “raar, maar misschien kan ik het in mijn voorbeeld gebruiken”) Anderen noemen het ‘verfrissend’, ‘een inspiratiebron’, etc.

Dat kleine groepje mensen dat ik om me heen had verzameld bleef klein. En ik moet zeggen dat ik het daar ook liever bij hou. Ik heb geen zin meer om me ‘anders’ te voelen dan de rest. Bij deze mensen voel ik me gekend, op mijn gemak. Maar echt ‘in en met de samenleving’ is het niet.

Het kon dan ook niet anders dan dat ik er nog eens mee geconfronteerd zou worden. Vandaag was zo’n moment. Een grove dwarsdoorsnede van een stukje samenleving: het schoolplein van de basisschool. Schoolpleinmoeder zijn leek me een ultieme vorm van inclusie. Alle achtergronden, alle beroepen, verschillende beperkingen: iedereen.

En wát voel ik me daar ongelukkig! In de korte gesprekjes met andere ouders merk ik weer hoe ‘raar’ mensen mij eigenlijk vinden. Mijn woorden worden verkeerd begrepen, ik heb niet zo’n bloemetjesjurk als de meeste schoolpleinmoeders. En als een moeder mij de volgende vraag stelt: “goh, wat een leuke broek heeft je dochter aan. Waar heb je die gekocht?” zeg ik: “Oh, geen idee, ik koop nooit kleren, die broek zat in een zak met kleren die ik van iemand heb gekregen.” Ik vind haar frons ook nu nog niet in woorden uit te drukken.

Een reguliere basisschool. Ja, dat is misschien wel het toppunt van inclusie, maar ik twijfel ook. Ik heb  het gevoel dat de echte inclusie in iets anders zit. Niet in het ‘in en met de samenleving’. Ik krijg het gevoel dat de inclusie niet in de maatschappij zit, niet de samenleving, maar diep verankerd in de mensen. In mij dus ook. Of eigenlijk, in mij niet echt.

Ik word bang van bloemetjesjurken op het schoolplein, bang dat ik er niet bij hoor omdat ik er geen heb. Maar de waarheid is dat ik ook helemaal geen bloemetjesjurk wíl. Als zoveel mensen hetzelfde dragen wil ik daar niet bij horen. En daar gaat het grondig fout met mijn inclusie.

De waarheid is ook dat ik de mensen over wie ik schrijf net zo weinig begrijp als zij mij. Of misschien nog minder. Ik vind over het weer praten stom. Ik wil eigenlijk met niemand op het schoolplein praten omdat ik denk dat iedereen alleen maar over het weer praat.

Het erbij horen, het erbij willen horen of het er niet bij horen heeft niets te maken met inclusie. Inclusie op het schoolplein zou volgens mij zijn dat ik op het schoolplein open sta voor contact met iedere ouder. Ik zou met oprechte interesse luisteren naar wat die persoon te vertellen heeft en ik zou mijn best doen die persoon te begrijpen. Ik zou misschien een mening hebben, maar nooit een oordeel vormen.

Wat ik wil zeggen: ieder individu zal open moeten staan voor ieder ander individu om in contact te komen, vrij van oordelen. Dán bereik je inclusie. Of eigenlijk, dan is het woord inclusie overbodig. Een utopia waar ik best in op had willen groeien.

Dat zou ook het goede voorbeeld zijn wat ik aan mijn kinderen zou willen meegeven. Maar tot nu toe komt daar nog weinig van terecht. Werk aan de winkel dus…

lees hier ook ‘Ik hou niet van inclusie 2’

8 reacties op “Ik hou niet van inclusie”

  1. Ik vind ze geweldig die bloemetjesjurken, vooral die van King Louie. Maar jou vind ik ook geweldig en vind het fijn om bij dat kleine groepje te mogen horen.
    En ja, er wordt heel veel bevoordeeld. In het wereldje van de ‘geitenwollen sokken’ waar ik lang in verkeerde had men dikwijls een uitgesproken mening over mannen in pakken. Die zouden geen diepgang hebben. Ik vond en vind dat te bizar voor woorden, mensen die denken dat ze zo open staan voor anderen en dat dus eigenlijk alleen maar zijn voor hun eigen groep.
    Ik zeg niet dat ik nooit een oordeel heb want we kunnen allemaal leren, zolang we in ieder geval oprecht van ons zelf vinden dat we iets kunnen en mogen leren.

    Het zou mooi zijn dat deze blogpost anderen en onszelf weer de ogen doet openen……

  2. Clark Nowack

    Mooin woord toch wel ‘inclusie’. Ga het maar eens bezigen in de vorm van ‘includeren’. Is toch het tegenovergestelde? Enfin, nu dit gelezen te hebben (dank Geert) hoop ik te geloven dat echt innoveren heel veel includeren is. Vrij vertaald ‘ luister nou eens naar iedere belanghebbende aangaande een innovatie. Dan mis je niet die ene eis die er voor zorgt dat een innovatie niet compleet is. Hmmmm sorry, draaf weer door 8).

  3. Jan-Rob Makkenze

    Een inclusieve samenleving
    verwelkomt verscheidenheid, respecteert verschillen en is er trots op dat alle mensen bij die samenleving betrokken zijn. Hierin Sanne mag je zijn wie je bent zoals je verkiest te zijn. Als je jezelf net wat anders vindt dan anderen is dat van dezelfde waarde als anderen die vinden dat ze hetzelfde zijn. Volgens mij is er ook geen Utopia of toppunt van inclusie, het is wat het is. Je hoeft er nix van te vinden, je hoeft er alleen maar te zijn.

  4. Iets wat je leest en herkent (zoals het bovenstaande) is mooi! Toch wil dat niet meteen zeggen dat wanneer ‘De Inclusieven’ elkaar ook automatisch herkennen en/of meteen ook veilig genoeg voelen om ‘het anders zijn’ (of beter gezegd: het anders voelen, want ben je ook echt anders?) met elkaar te delen. Ik vind het leuk dat Clark de link legt met Innovatie, want ik denk dat inderdaad de Inclusieven bij uitstek geschikt zijn om innovatieve dingen te bedenken. Inclusieven hebbem een omgeving nodig om dingen te delen. De Waarmakerij is zo’n omgeving, denk ik. Meer ruimte en begrip dus (inderdaad) voor de Inclusieven. Veel kunstenaars (in welke zin dan ook) zijn Inclusieven, deze kunstenaars mogen zich best wat meer profileren.

  5. Oei Sanne, nu heb ik weinig tijd, maar ik kom er zeker op terug en zal je blog volgen.
    Klinkt een beetje naar een zoektocht naar het IK. Het mooie is dat je je er van bewust bent. Afgelopen jaar heb ik zelf veel mogen leren vanuit de TA (transactionele analyse),
    IK OK, Jij OK. Ook zeer bruikbaar bij de opvoeding van kinderen. Succes!

  6. Danielle Teclegiorgis

    Hoi Sanne,

    Wat een ontzettend leuk stuk. En waarschijnlijk voor iedereen herkenbaar. Niemand is vrij van vooroordelen. Helaas, hoe graag we dat ook willen. Kleding is maar een kleine manier om uit te drukken wat je identiteit is. Ik heb zelf in “pakken-organisaties” gewerkt en begeef me nu langzaam in de “geitenwollensokken” hoek. En ik merk hoe weinig verschil er eigenlijk zit in beide groepen. Misschien wel in de manier waarop er gewerkt wordt maar niet van binnen. Zeker als je individuen spreekt zie je dat iedereen wel een passie heeft, onzekerheden, humor. Of ze nou op een fiets rijden of in een dure lease auto. Of ze nou een streepjespak dragen of een oude spijkerbroek en wollen trui. Een ieder doet zijn werk met veel bezieling. En met al deze mensen kan ik lachen en vind ik aansluiting.

    Kleding is buitenkant en zegt zo weinig over de binnenkant. En ach, dat schoolplein. De “moeder jungle” Ik bevind me er sinds kort ook op. Ik ben al lang de leeftijd voorbij dat ik me druk moet maken over wat anderen vinden van mij, mijn kleding, onze kinderen of de manier waarop ze gekleed zijn.

  7. Jolanda Feijt

    Hallo Sanne,
    Eeen mooi verhaal recht uit de praktijk en vaak zo herkenbaar.
    Laatst las ik een spreuk, gezegde of wat dan ook, ik weet niet van wie die is, maar wel erg passend bij dit stuk.

    Ik ben wie ik ben
    Wie ik ben is wat jij ziet
    Wat jij ziet is wat jij oordeelt.
    maar wat jij oordeelt ben ik niet

  8. Dan moet ik weer denken aan dat tegeltje:
    Doe wat je wilt, gekletst wordt er toch.

    Ik wil wel een keer naar Rock Werchter in een bloemetjesjurk (dat is nog eens een geheim).

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top