Meer mensen met een beperking, betere inclusie

Aftrap week van de media
Gisteren woonde ik de aftrap van de Mediawijsheidbij. Een inspirerende middag. De heer Hans van Drielvertelde tijdens zijn voordracht over een nieuw wereldbeeld, wat me inspireerde om onderstaande tekst – die al even in mijn hoofd zat – af te maken.

Geen zin om te lezen? Kijk dan naar dit filmpje. Do schools kill creativity? Het is grappig en omvat de kern van deze tekst.

Meer mensen met een beperking, betere inclusie
Er zijn steeds meer mensen met een verstandelijke beperking. Dat is een conclusie van het rapport ‘Steeds meer verstandelijk gehandicapten?‘ van het SCP. Een van de oorzaken die wordt genoemd in het persbericht is dat de maatschappij steeds hogere eisen stelt. Dat doet me denken aan de mopperende geluiden die je regelmatig hoort over de veelheid aan keuzes die we hebben. Dat het goed is, maar dat we ook niet meer kunnen kiezen. Dat teveel informatie leidt tot desinformatie. En dat dit zorgt voor een grotere uitsluiting van onze verstandelijk beperkte medemens. Voor hen is het extra moeilijk en daardoor nu wellicht onmogelijk.

Ik denk daar anders over. Volgens mij zorgt de veelheid aan keuzes die we hebben en de desinformatie niet voor uitsluiting, maar (uiteindelijk) voor een betere inclusie van mensen met een verstandelijke beperking.

Televisie, auto, telefoon
Toen mijn opa ongeveer honderd jaar geleden geboren werd als zoon van een molenaar had hij geen andere keuze dan ook molenaar te worden. Hij was de enige zoon en zou het bedrijf van zijn vader voortzetten. Toen mijn oma geboren werd, als zesde kind in een gezin van 12 kinderen, was meteen duidelijk dat zij later zou trouwen en kinderen zou krijgen. En dat hield in dat zij het huishouden zou doen, voor de kinderen zorgde en daar hielp in de molen waar nodig. Later, de generatie van mijn vader, veranderden er een aantal dingen. De televisie kwam, de telefoon en de auto. Deze ontwikkelingen zorgden ervoor dat nieuws sneller kon reizen, dat afstanden korter werden (in een kortere tijd te bereiken) en informatie werd gemakkelijker beschikbaar. De industrie zorgde ervoor dat de molen niet meer genoeg opbracht en deze werd stilgezet. Mijn vader had ineens een keuze om iets anders te gaan doen dan zijn voorvaderen. Die keuze heb ik ook gehad en heeft bijna iedereen nu. En daarom moeten we ook daadwerkelijk kiezen. Maar hoe doe je dat? Op basis waarvan kiezen we? Wat willen we bereiken? Waar worden we gelukkig van? Worden we gelukkig van status, van veel geld of van dienstbaar zijn? Houden we van werken met onze handen, of besteden we liever meer tijd aan nadenken? En willen we datgene doen waar we gelukkig van worden of doen we liever waar we goed in zijn of waar we veel geld mee verdienen? Vragen die je zelf moet beantwoorden voordat je een studie kiest. Er wordt niets door de omgeving opgelegd, je moet het volledig uit jezelf halen.

Informatieoverdracht
In wezen is onze keuzevrijheid echter beperkt en wordt vooral gedomineerd door een bepaald gedachtegoed. Namelijk dat van de informatieoverdracht. Met het vergaren van kennis kunnen we alles bereiken. Alle mensen voor ons hebben dingen ontdekt en onderzocht en ze hebben alle kennis zorgvuldig genoteerd en opgeslagen. Voordat we aan het werk gaan wordt eerst deze kennis overgedragen. En hoe meer kennis er overgedragen wordt, hoe hoger de status en hoe meer geld we er mee kunnen verdienen. Maar dit is aan het veranderen. Gisteren wist ik nog niet hoe ik het moest verwoorden, maar Hans van Driel legde me de woorden in de mond. De informatieoverdracht is niet meer het belangrijkste, Van Driel verwoordde het als “de wetenschap is niet meer de steunpilaar waar we op kunnen leunen”.  Maar ook het onderwijs in zijn huidige vorm is aan het veranderen. De docent voor de klas die blijkbaar als enige de unieke kennis heeft over een bepaald onderwerp en daarover praat zonder daarbij de kennis die er is bij zijn toeschouwers te gebruiken is volgens Van Driel “hopeloos ouderwets”. Volgens hem moet het onderwijs gebaseerd zijn op interactie.

Creativiteit
Een aantal maanden geleden zag ik een filmpje van Sir Ken Robinson op TED. Dit filmpje had als titel “does school kill creativity?” Ik raad iedereen aan het filmpje hieronder te bekijken. Neem er de tijd voor, het duurt ongeveer 20 minuten. Do schools kill creativity?

Robinson zegt in dit filmpje dat in de 21eeeuw de grenzen langzaam verschuiven. Het papiertje waarop staat dat je drie studies cum laude hebt afgerond is geen garantie meer voor een goede baan. Het is steeds belangrijker dat we ons kunnen onderscheiden met onze creativiteit. Robinson geeft in het voorbeeld van de danseres met dyslexie aan dat informatieoverdracht niet per se voor iedereen een garantie is voor succes. En dat is ook de reden dat ik hierboven zeg dat onze keuzevrijheid beperkt wordt door het gedachtegoed van de informatieoverdracht. Het zou mooi zijn als we in het onderwijs leren hoe we datgene kunnen doen waar we goed in zijn en gelukkig van worden. En het onderwijs werkt daar ook steeds meer naar toe. Er wordt meer aandacht besteed aan sociale vaardigheden, een vak als ckv wordt steeds belangrijker en ook mediawijsheid is in sommige landen al een vakoverschrijdende eindterm in het onderwijs. Al deze veranderingen gaan langzaam en worden eerst toegepast binnen de oude denkkaders; leren over kunst door de kunstgeschiedenis in het klaslokaal te bestuderen. Pas daarna kunnen veranderingen ook doorgevoerd worden in nieuwe denkkaders; kunst ervaren en maken buiten een klaslokaal.

Steunpilaren en Kapstokken
Van Driel stelt naast het wegvallen van de wetenschap als steunpilaar en het verouderde onderwijs ook dat onze filosofische kapstokken als goed-kwaad, mooi-lelijk en waarheid-leugen verdwijnen. Stel dat door de veelheid aan keuzes, door het wegvallen van de status van kennis, door het wegvallen van onze filosofische kapstokken en door het nieuwe belang van creativiteit het onderwijsstelsel zich aanpast. Dan zou het voor mensen met een verstandelijke beperking geen enkel probleem meer zijn om deel te nemen aan het onderwijs. Sterker nog “met een verstandelijke beperking” doet er dan niet meer toe. Van Driel benoemd dat ook de klassieke doelgroepen zoals we die kennen wegvallen. We behoren niet meer tot één groep, maar we behoren tot een veelheid aan groepen. Van Driel zegt dat we behangen zijn met ‘tags’. Zo zou ‘verstandelijke beperking’ een van die tags zijn en niet meer een hokje.

Integratie
Ja, maar hoe is deze persoon dan geïntegreerd? Wat als hij gelukkig wordt van de hele dag rondjes tekenen op een vel papier? Wat als deze persoon alleen maar achter een beeldscherm zit en niet praat met anderen? Wat als … Het belangrijkste is dat op deze manier alle kinderen op dezelfde manier onderwijs krijgen. En binnen de school wordt hen op manier materiaal aangereikt zodat ze kunnen ontdekken waar ze goed in zijn. Op deze manier leren alle kinderen dat iedereen ergens anders goed in is, dat iedereen van iets anders gelukkig wordt. Op deze manier leren kinderen met een verstandelijke beperking dat ze net zoveel potentieel hebben om gelukkig te worden als alle andere kinderen. En dat ze net zoveel potentieel hebben om iets goed te kunnen als alle andere kinderen. Nu leven mensen met een verstandelijke beperking in de marge van de samenleving omdat ze aan de basis niet mee konden met de kennisoverdracht. En ik heb ze gezien, de jongen die niet mee kon in het onderwijs, maar de prachtigste verhalen schrijft, de vrouw die gek gemaakt is omdat ze op school niet mee kon, maar een grootse kunstenares is, de jongen die niet houdt van sociale contacten en gelukkig is in zijn kamer met zijn computer.

Vooralsnog is de veelheid aan keuzes nog een probleem voor veel mensen met een verstandelijke beperking. En ook de veelheid aan informatie leidt op geen enkele manier tot inclusie. Maar als alle ontwikkelingen zich voortzetten zoals ik hierboven schets is het voor de kinderen van onze kinderen misschien anders. Tot die tijd moeten we ons blijven inzetten voor de mensen die door de denkkaders van onze voorouders in de marge zijn verdwenen. Laten we allemaal ons best doen om de drempels tussen de marge en het middenveld weg te nemen.

Met dank aan Sir Ken Robinson en Hans van Driel.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top